Voordat we de diepte induiken m.b.t. de Wado Kata wil ik jullie eerst stof tot nadenken meegeven.
Zoals in het vorige stuk is aangegeven, zijn de Wado Kata eigenlijk een leermethode om bepaalde lichaamsmechanica in je lijf te integreren. Wat hierin verscholen ligt, is de link naar Kihon ofwel basis. Als je de eerste twee Kihon no Kata bekijkt en dan ook nog menig techniek in de Pinan Kata, dan zie je hier grote raakvlakken met Kihon. Maar i.p.v. bezig te zijn met een enkelvoudige techniek, is men in Kata bezig met meervoudige technieken inclusief ritmevariaties en richtingsveranderingen. Het fenomeen doet zich voor dat de overgang van Kihon naar Kata de techniek niet ten goede komt. Op een onverklaarbare wijze is de uitvoering van Kihon in Kata een totaal andere techniek geworden. De accenten van Kihon zijn ineens verdwenen als we Kata uitvoeren. In ieder geval zie je dat de kwaliteit van de techniek beduidend minder is dan in Kihon.

 

Maar toch zie je duidelijk verschil in niveau van de Kata naarmate de leerling vordert. Dus er is wel degelijk vooruitgang en toch blijft het verschil met Kihon en Kata. Mijn persoonlijke mening is dat het volgen van een vorm en de richtingsveranderingen zorgen voor een dusdanige verstoring in acteren dat alleen het basisniveau overblijft. Dit basisniveau is hetgeen dat overblijft wanneer de stressfactor omhoog gaat. Dit niveau is dus waar je uiteindelijk een beroep op kunt doen in geval van nood. Maar dit is nog niet alles.
Wanneer je de Kata uit elkaar haalt, dan bemerk je dat de lichaamsmechanica zal worden aangevuld met afstand, snelheid, balans en vooral het feit dat je de kata totaal anders gaat beleven.

Om dit niveau omhoog te krijgen, is dan ook een behoorlijke uitdaging. Vaak heb je ondersteunende oefeningen nodig om de juiste lichaamsmechanica te begrijpen en je eigen te maken. Juist in onze Wado wereld is het erg moeilijk om Kata volledig te begrijpen. Zo vele technieken in Wado Kata zijn doorspekt met Koryu lichaamsmechanica. Zonder deze kennis loopt Wado heel snel tegen het overmatig gebruik van kracht aan. De kunst is dus om je dit eigen te maken.

Wanneer we dus spreken van Kata hebben we het over lichaamsmechanica, over een leermethodiek. De kennis die in onze Wado Kata zit, is niet altijd direct zichtbaar of zelf geheel onzichtbaar. Technieken die ogenschijnlijk goed eruit zien, kunnen met een tegenstander of beter gezegd wanneer toegepast geheel nutteloos zijn of in ieder geval niet effectief. Maar, zoals in veel technieken is ook hier sprake van individueel niveau dat een belangrijke speler is in het effectief maken van de Kata. Met individueel niveau wordt het niveau van kennis en kunde bedoeld. Bij iedere stap op weg naar de zwarte band en eigenlijk ook ver daarna zit verbetering. Hoewel dit voor een ieder anders verloopt, heeft de weg daarnaar toe altijd bepaalde meetpunten in de vorm van examens.

Als ik het goed heb uitgelegd, zie je dat kennis de sleutel is tot niveau. Natuurlijk heb je tijd nodig om dit in je lijf te krijgen, maar als je niet weet waar je op moet letten, dan ga je het ook nooit leren. Als je met deze gedachte de rest van het stuk leest, dan hoop ik dat ik je kan duidelijk maken waar je op moet letten als je bezig bent met Kata.
 
Enkele generieke opmerkingen: iedere kata heeft zijn eigen ritme en zijn eigen combinaties van technieken die bijvoorbeeld vanwege blokken en counteren bij elkaar horen. Denk aan Gedan Barai gevolgd door Junzuki. Eveneens zijn de standen in Wado geen standen, maar een momentopname uit een beweging. Denk aan een film. Neem een frame uit een film en je hebt de stand in Wado. Eigenlijk een dynamische stand waarbij het gaan bewegen wordt tegengehouden totdat de rem wordt losgelaten. Denk aan een auto met een automaat, die continu wil rijden totdat je de rem los laat en dus ook daadwerkelijk gaat rijden.
Hoewel het voor menigeen een stap te ver is, moet de stand in Wado voorzien zijn van 'zachte' knieën. In Wado zijn de knieën altijd ontspannen, altijd flexibel. De reden is dat je niet vast moet komen te staan en dus altijd direct iedere richting op moet kunnen bewegen. Hierin ligt ook dat je altijd een aanvalshouding hebt. Verdedigingshoudingen bestaan niet in Wado. Dit heeft het grote voordeel dat je de omschakeling van verdedigen naar aanvallen niet hoeft te maken. Dit scheelt misschien net die fractie van een seconde om de winst te behalen.
Vanwege richtingsveranderingen is het gebruik van je hara - net onder de navel - zeker een noodzaak. Wellicht is de bedoeling nog niet helemaal duidelijk, maar je verplaatst je niet met je benen, maar met je lijf. Door het gebruik van je hara gaat je lichaam acteren en niet alleen je benen of armen. Dit is een heel lastig onderwerp dat voor menig beginneling twee stappen te ver is. Weet in ieder geval dat er veel zaken onder de oppervlakte gebeuren, dus niet zichtbaar zijn aan de buitenkant, maar wel degelijk aanwezig.
Als laatste wil ik je meegeven dat iedere Kata verschillende niveaus kent. En dat is logisch omdat, net zoals je basis technieken steeds beter moeten worden, ook Kata steeds beter moet worden. Hierin ligt een enorme bron van kennis die je nodig hebt om te bevatten hoe Kata in Wado werkt.

Enbusen en Seichusen

Hoewel dit een hoofdstuk apart kan zijn heb ik gedacht dit hier onder te brengen, omdat dit onderwerp van groot belang is in Kata. Inmiddels weet iedereen wat Seichusen is, maar Enbusen is een hoofdstuk dat nog niet echt is behandeld. Enbusen wordt in de regel uitgelegd als het patroon van de Kata of ook wel de afdrukken van de stappen in het zand. Als beginneling is hier niets mis mee.
Maar naar mate je verder komt is de werkelijke betekenis toch wel iets subtieler.
Enbusen is eigenlijk het krachtenspel dat in de techniek zit. Je kunt je voorstellen dat afhankelijk van de positie van je lichaam, bijv. of je lijf in Hanmi of Mahanmi staat, de richting van de techniek anders is. Denk aan de laatste vier standen in Pinan Nidan. Het lichaam staat in Mahanmi, terwijl de aanvalshand schuin naar achteren steekt. Wat hier dus aan de hand is, is dat je ten allen tijde je Seichusen afdekt, terwijl de techniek een specifiek doel heeft. Bijvoorbeeld, de tegenstander in een bepaalde positie dwingen vraagt dat de richting van het krachtenspel niet in de lichaamsrichting zit. Echter, de controle over de Seichusen is nooit in gevaar. Als je dit concept vasthoudt, dan zie je dat de Enbusen en Seichusen in Kata altijd op elkaar liggen. Onderschat dit concept niet. Menigeen valt in de valkuil van alleen uitvoeren van Kata als vormpje en niet als werkelijk van levensbelang. Het niet onderkennen van dit concept draagt bij aan het niet goed kunnen toepassen van de techniek als men met een tegenstander werkt. Probeer te begrijpen waar de Enbusen van Kata zit en dat als lichaamsmechanica onderdeel mee te nemen in je training.

Kihon no Kata Ipponme

De eerste basis kata heeft eigenlijk maar een drietal technieken die worden uitgevoerd: Junzuki Chudan, Jodan Uke en Gedan Barai.
Hoewel het een kata is die bij ons bij de gele slip hoort, is het een erg uitdagende kata. De beginneling wordt meteen al geconfronteerd met een patroon in de vorm van de hoofdletter H. De richtingsveranderingen dienen volledig te zijn. Hoewel de richtingsveranderingen niet direct logisch lijken, hebben ze een wezenlijk doel. De meeste Kata hebben een symmetrie element in zich. Wat we links oefenen, doen we ook met rechts. Bij de Kihon no Kata is dit overduidelijk.
Wanneer we verder deze kata induiken, dan zien we dat de grootste uitdaging ligt in het behouden van een goede houding/structuur en het tijdig uitvoeren van de techniek.

Een goede houding/structuur behouden is altijd moeilijk. Zeker als beginner is dit een probleem. Denk aan Kihon, daar zal je ook je houding/structuur goed moeten hebben. Dus alles staat in de goede richting: niet alleen je lichaam, maar ook je voeten. Niets blijft achter. Je lijf staat in Hanmi en dat is dus hooguit 15 graden t.o.v. aangezicht. Links en rechts van je lichaam is tegelijk klaar en wanneer je staat, is de techniek klaar. Let wel dat de weg ernaar veel belangrijker is dan de resulterende positie zelf. Dan is alles al voorbij. Om zo snel en efficiënt mogelijk van A naar B te komen; dat is de uitdaging. De  eindpositie is dan het resultaat. Als de eindpositie niet juist is dan weet je in ieder geval dat er onderweg iets niet goed ging.

Als we de technieken van de kata doorlopen zal ik proberen aanwijzingen te geven waar je op kunt letten. Let wel dat dit een niveua is dat hier besproken wordt, niet het niveau. Er is dus nog veel meer:

  1. Naar links Gedan Barai / Junzuki – let op dat als je gaat dan ook werkelijk gaat. Niet twijfelen. Tijdens het draaien naar links maakt de linker hand een rijzende beweging richting rechterborst. Als je het vertraagd zou afspelen, dan kan je op het hoogste punt in je vingers kijken. De techniek staat bekend om haar zwepende karakter. Deze blok is dan ook een zweep beweging die hoofdzakelijk door het lichaam wordt gefaciliteerd. Het concept is initieel dat van Irimi [binnendringen]. De ‘stand’ is geen stand, maar een actieve houding om meteen de volgende techniek [Junzuki] te kunnen uitvoeren. De intentie in de stand is om aan te vallen.
  2. Naar achteren Gedan Barai / Junzuki – allereerst kom je van links, dus je stapt met rechts naar achteren. Dit stappen is schuin naar achteren. Tegelijkertijd plaats je de rechterhand op de borst. Tijdens het draaien zweep je de Gedan Barai eruit. Dit draaien is eigenlijk geen draaien. Wat intern gebeurt, is dat je de hara naar achteren plaatst en dan in dezelfde richting je lijf draait, zodanig dat je hara nog in dezelfde richting blijft gaan. De uitdaging is om zodanig de draaiing te doen dat je wederom in aanvalshouding uitkomt. Dit draagt bij tot de vervolgtechniek – Junzuki.
  3. Naar voren Gedan Barai / Jodan Uke – Je ziet dat hier wederom een ander soort richtingsverandering plaatsvindt. De positie die we verlaten is die van linksvoor in Junzuki. Ook hier is het plaatsen van de linkerhand op de borst een belangrijke aanzet. De stap actie is hier echter totaal anders. Hoewel je je hara naar voren drukt om je aanvalshouding te ondersteunen, druk je je hara in het begin van deze beweging naar het achterbeen. Hierdoor komt het voorste been een beetje vrij om te bewegen. Het voorste been plaats je dan schuin naar links achter; de positie die je moet gaan innemen bij Gedan Barai. Wat onder de oppervlakte gebeurt, is dat je hara als het ware een hoek van negentig graden maakt. Eerst drukt het naar voren, dan naar achteren en als je eenmaal gaat draaien weer in de nieuwe richting – naar voren dus. Je maakt dus geen draai. Ook hier eindig je in aanvalshouding en gaat meteen door in Jodan Uke. Bij deze techniek is het belangrijk dat je het gevoel hebt dat je jezelf onder de aanval door trekt. De functie van de elleboog in de Jodan Uke is dus heel belangrijk; die moet goed naar het rechter oor worden getrokken via de Seichusen.
  4. Jodan Uke 2x – De twee volgende technieken zijn enkelvoudige technieken. Voer ze dus ook als zodanig uit. Bij de uitvoering moet je dus kunnen zien dat er een minieme rust zit tussen de technieken. De uitvoering is als bij de eerste Jodan Uke.
  5. Gedan Barai / Junzuki – Net als bij de eerste haakse draai is het gebruik van je hara heel belangrijk. Je staat rechtsvoor met Jodan Uke. Je verplaatst je gewicht iets meer naar voren zodat er meer gewicht op je voorste been komt te staan. Je kunt nu je linkervoet voorbij je rechtervoet plaatsen. Je lichaam draait nu een beetje en je komt met je rug naar je tegenstander te staan. Nu moet je met je hara naar achteren gaan duwen, terwijl je de heup snel omdraait. Het lichaam draait, maar het gevoel is dat de hara gewoon in één lijn doorgaat. Ondertussen heb je de linkerhand naar de rechterborst gehaald als voorbereiding op de Gedan Barai. [Let op! De Jodan Uke is er nog steeds] Hoewel een Gedan Barai wordt gezien als een blok, is het dat niet. Het is een aanval. Je valt dus de aanvaller aan. (altijd Sente) Let vooral goed op dat je houding goed is: Hanmi. Alles moet dus meegaan: borstkas, heup en hoofd maar vooral je achterste voet. De Junzuki is als bij de opening.
  6. Gedan Barai / Junzuki – [zie 2]
  7. Gedan Barai / Junzuki – [zie 3] M.u.v. dat het dus nu een Junzuki is en geen Jodan Uke. De lichaamsmechanica om van A naar B te komen is echter gelijk.
  8. Junzuki 2x – Beide technieken worden weer met een lichte pauze, maar vooral als Kihon uitgevoerd.
  9. Zowel bij de laatste Jodan Uke als bij de laatste Junzuki wordt er een Kiai [schreeuw] gegeven. De Kiai is in Wado een apart hoofdstuk waar ik een andere keer een stuk over zal schrijven.


Een leerdoel in deze Kata is dat je leert verplaatsen. Maar er zijn ook andere criteria die je leert beheersen. Denk aan het nalaten van overbodige bewegingen of het leren voorkomen van het loskomen van de achterste hiel. Maar ook zo’n typisch Wado dingetje is het schuiven over de vloer. Zelden komen de voeten los van de grond. Eigenlijk alleen bij schoppen en springen. Maar ook het vooruit ‘schieten’ van de knie of het denkbeeldig jezelf al in de eindposities plaatsten, zijn van die zaken waar je vanzelf tegenaan gaat lopen als je eenmaal Kata en Kihon steeds nauwkeuriger gaat bestuderen. Voor dit artikel gaat het te ver om daar nu een uitputtende opsomming over te maken.

Er is nu een eerste aanzet gemaakt tot het beschrijven van Kata. Laat eens weten of je dit document goed genoeg vindt voor een vervolg en of het iets voor je bijdraagt. Is een soortgelijke beschrijving van de andere Kata gewenst? Het is een hoop informatie die je nu in één keer over je uitgestort krijgt en over o.a. deze Kata is nog lang niet alles gezegd, maar uiteraard hoef je dit ook niet in één keer te beheersen. Het leren van Wado is een lange weg en dit is slechts een begin. Ik zie uit naar je vragen en commentaar.

Arnold Keizer

 

met dank aan Martijn voor het reviewen van dit artikel